2 december 2019
Bron: Het Parool
Door Hans van der Beek

Hans van der Beek doet elke dag verslag van feesten, presentaties en andere belangrijke bijeenkomsten in Amsterdam. Vandaag: Intercodam hofleverancier.

Op de glazen voordeur hangt een briefje. ‘Beste bezoeker van Intercodam, vanwege de uitreiking van het predicaat hofleverancier door de locoburgemeester van Amsterdam is onze showroom vanmiddag vanaf 16 uur gesloten.’

Dat klinkt toch beter dan ‘wegens omstandigheden’.
Tegel- en sanitairhandel Inter­codam bestaat 100 jaar en dan hoop je op een stoffig magazijn vol tegels in half opengescheurde dozen en iets oudere mannen in een stofjas. Niets van dat alles.

Ik loop door een winkel die eruitziet als een woonglossy. Tegels ­steken in zwarte bakken, als langspeelplaten. Kranen staan uitgestald in vitrines. Overal nisjes met showbadkamers en de tegelcombinaties wisselen elkaar af als een herfstbos.

Ik snap nu waarom Intercodam zichzelf afficheert als ‘al 100 jaar trendsetting’ en geliefd onder architecten, tegelhandelaren en BN’ers. Ook zijn hun tegels en sanitair te vinden in een van de paleizen van het koninklijk paar.

Ik ben dan toch benieuwd wat precies, welke tegels, welke wasbak. Of laat ik niemand voor de gek houden: ik wil gewoon heel graag weten waarop de koning ’s ochtends lekker zijn krantje leest.

“Ben je hier weleens geweest?” vraagt Marjolijn van Deuveren.
Ik moet eerlijk zeggen van niet.
De adviseur: “Ja, het is ook geen bakker, zeg ik altijd, waar je vaak moet komen. Maar het is wel de mooiste collectie van Nederland, al zeg ik het zelf.”
Op een dag als vandaag mag dat.

Locoburgemeester Victor Everhardt, met ambtsketting, geeft een korte geschiedenisles. Intercodam begon in 1919 als handelsmaatschappij, van dieselmotoren tot zeilschepen en ook pennen en wc-papier naar Egypte. Pas later specialiseerde het bedrijf zich in bouwmaterialen en weer later in wand- en vloertegels.
Ze legden de eerste twee kunstgrasvelden in Nederland aan en hun tegels zijn overal terug te vinden in zwembaden, openbare ruimtes, grand cafés, in de regel in Amsterdamse schoolstijl.

Hofleverancier is een eretitel voor honderdjarigen met een onberispelijke reputatie, maar niet per se leverancier aan het koninklijk huis. Everhardt: “U doet dat wel, in Huis ten Bosch, want het koninklijk huis heeft smaak.”

Huis ten Bosch dus. Tijdens de borrel probeer ik uit te vissen wat precies. José Vilten, onverbiddelijk: “Dat mag ik niet vertellen. Ik mag geen merken noemen, geen kleuren en ook niet het soort sanitair. Ik moest allemaal papieren ondertekenen.”

Toch een kleine klap dit.

Vilten: “Máxima kwam onaan­gekondigd op een maandag­morgen. Ik had gelukkig goede schoenen en kleren aan. Ze heeft ook alles zelf uitgezocht en koos niet voor bling of duur, maar echt voor mooie, eerlijke materialen. Ze heeft echt smaak.”
Weten we dat ook. Maar niet alles.